Posts tonen met het label agent based model. Alle posts tonen
Posts tonen met het label agent based model. Alle posts tonen

donderdag 1 december 2011

Vrijwilligersorganisaties als reservaten

Een van de meest fundamentele manieren om naar vrijwilligerswerk te kijken is om het te beschouwen als een vorm van samenwerking, van coöperatie. Over coöperatie is een heleboel literatuur beschikbaar en ik heb inmiddels een zekere voorkeur ontwikkeld om met speltheoretische methoden naar coöperatie te kijken. Speltheorie werd - deels - rond 1920 ontwikkeld door de wiskundige John von Neumann in een poging beter poker te kunnen spelen en kreeg een stevige fundering door de samenwerking van Von Neumann met Oskar Morgenstern, resulterend in het eerste baanbrekende boek over het onderwerp in 1944. Ook John Nash, de wiskundige die werd gespeeld door Russell Crowe in 'A Beautiful Mind' heeft zeer veel bijgedragen aan de ontwikkeling van het veld: hij kreeg - zoals bekend bij degenen die de film hebben gezien - een Nobelprijs voor zijn werk.

Het werkpaard van de speltheorie en samenwerking, het 'prisoners dilemma', levert al heel wat aanknopingspunten op als je het 'sec' bekijkt, maar het wordt allemaal nog interessanter wanneer je kijkt naar 'evolutionaire speltheorie'. Bij deze tak van wetenschap wordt - via wiskundige modellen of computersimulaties - gekeken hoe, wanneer veel mensen onderling prisoners dilemmas spelen en daarbij van hun resultaten leren, het aandeel samenwerkers stijgt of daalt. Dat is belangrijk voor het begrijpen van het ontstaan van samenwerking als fundamenteel verschijnsel, maar ook om te kijken naar factoren die ervoor zorgen dat samenwerking door meer of minder mensen als een goede strategie wordt gezien.

Een interessante conclusie is dat samenwerkers in het vrije veld, in een massa van mensen waarbij willekeurig steeds weer opnieuw onderlinge prisoners dilemmas worden uitgespeeld, vrijwel altijd het onderspit delven. Pas wanneer er structuur in de interacties wordt aangebracht, zoals bij het spelen in netwerken waarbij iedereen een relatief klein aantal vaste spelpartners heeft, ontstaat het verschijnsel dat er groepen van samenwerkers ontstaan, die dan relatief stabiel zijn. Deze situatie is veel realistischer dan het scenario dat iedereen willekeurig andere mensen tegenkomt en daar dan de dilemmas mee speelt. De samenwerkers in de groepen helpen elkaar en leren in die groepen daarmee dat samenwerking loont. Aan de randen van de groepen worden samenwerkers niet-samenwerkers en omgekeerd.

Dit levert een - ook zonder de theorie begrijpelijk - beeld op van vrijwilligersorganisaties als wijkplaatsen waar mensen de ervaring opdoen dat samenwerken loont. Daar waar een enkele samenwerker in een zee van niet-samenwerkers snel zal leren dat samenwerking niet loont, zal een samenwerker in een groep gelijkgestemden ervaren dat samenwerken wel degelijk loont. Op die manier blijft het aantal mensen dat samenwerken als strategie kiest op een voldoende hoog peil.

Het is daarom verstandig vrijwilligersorganisaties niet alleen te zien als organisaties die diensten leveren waar de gemeenschap gebruik van kan maken, maar ook om je te realiseren dat het reservaten zijn waar samenwerken als strategie in stand wordt gehouden. Juist door de structuur, de samenklontering van gelijkgestemden, overleeft de neiging tot samenwerken. Ook zonder dat er bruikbare diensten aan de samenleving worden geleverd is dat al een bijzonder waardevolle bijdrage. 'Service delivery' mag dan nuttig zijn, 'mutual support' is minstens zo belangrijk.

Mocht je een leuke inleiding in de speltheorie zoeken en niet opzien tegen een Engelstalig boek dan is 'the complete idiot's guide to game theory' van Edward C. Rosenthal, Penguin, 2011, ISBN 978-1-61564-055-3 een aanrader.

dinsdag 20 september 2011

Complexiteit kan best begrijpelijk zijn

Al een jaar of dertig is een deel van de wetenschappelijke gemeenschap bezig met het nadenken over complexe systemen: systemen waarin veel onderdelen op elkaar reageren en elkaar daarbij beïnvloeden. Voor een fysicus met een hang naar simpele wetten onder ingewikkelde verschijnselen een interessant onderwerp. Sociale systemen zijn natuurlijk complexe systemen bij uitstek. "Complexity science" heeft een groot aantal verschijningsvormen en een groot aantal werkvelden - het gaat over bijna alles - en daarom is het leuk om een beschrijving tegen te komen die je praktisch toe kunt passen op systemen waar je dagelijks mee om zou kunnen gaan.

Robert Axelrod - bekend van de boeken "Evolution of Cooperation" en "The Complexity of Cooperation" en aanstichter van de computerwedstrijden waarbij de samenwerkingsstrategieen  Tit-for-Tat  en Pavlov boven kwamen drijven - zie eerdere post - schreef samen met Michael Cohen een korte inleiding die de lezer voldoende ingangen biedt om eens anders tegen een bekend verondersteld sociaal verschijnsel aan te kijken.

Het boek beschrijft een raamwerk waarin variatie en selectie, de bekende "drivers" van evolutie, worden toegepast op de strategieën die actoren in een systeem toepassen. Variatie - in typen actoren en/of in strategieën - kan op een aantal manieren worden bereikt en selectie door verschillende mechanismen bepaalt de kans dat een bepaalde strategie of een bepaald type actor overleeft. Aan de hand van een vragenlijst wordt de lezer uitgedaagd om het gewenste systeem eens te bekijken vanuit dit perspectief.

Een inzicht dat me is bijgebleven is dat een systeem de juiste balans moet hebben tussen "exploration" en "exploitation". Er moet voldoende nieuwe variatie worden gevonden - exploration - om optimale aanpassing aan veranderende omstandigheden te kunnen genereren. Maar er moeten ook voldoende correct werkende onderdelen zijn om voldoende output te krijgen. Te weinig exploratie en je krijgt stagnatie, te veel en je krijgt "eternal boiling", een kookpot waarin alles zo snel verandert dat je er niets aan hebt. Neem nou de projectencarroussel maar eens als een voorbeeld van het laatste.

Als illustraties van het model worden Robert Putnams sociale kapitaal in Noord-Italie en het Open Source operating systeem Linux besproken.

Al met al een prima poging een complex onderwerp toegankelijk te maken. Al blijft het een beetje knagen dat in alle variatie, interactie en selectie het onderwerp coöperatie wat naar de achtergrond schuift.

Harnessing Complexity: organizational implications of a scientific frontier.
Robert Axelrod en Michael D. Cohen
Isbn 0-465-00550-0, Basics Books, 2000

dinsdag 6 september 2011

Vrijwilligerswerk is geen handel

Serendipiteit is een mooi ding. Het vinden van een inzicht zonder er naar op zoek te zijn - of misschien wel niet weten dat je er naar op zoek bent - levert af en toe een nieuw gezichtspunt op waar je weer even mee vooruit kunt.

Als vervolg op het boek "the origins of virtue" van Matt Ridley, ook bekend van de TED-video "when ideas have sex", ben ik begonnen in "the rational optimist". Dit laatste vanwege de ergernis over al dat geneuzel over gebrek aan samenwerking en de overdaad aan doemdenkerij over de staat van de mensheid. Dat krijg je als je weet dat er 140.000 vrijwilligers in de stad rondlopen terwijl iedereen klaagt dat niemand meer iets voor elkaar over heeft.

Ridley stelt - al dan niet terecht - dat exchange, uitwisseling, de basis is voor heel veel dynamiek in de menselijke geschiedenis. Het ontstaan van wederkerigheid, ruilhandel, de opkomst van steden... het draait allemaal om het uitruilen van dingen. Het Prisoners Dilemma, dat de basis is van veel wetenschappelijk werk over coöperatie, laat zien dat de sociaal meest wenselijke oplossing, samenwerken en daarmee vaak uitruilen, geen levensvatbare strategie is bij afwezigheid van communicatie en vertrouwen. Dit laatste is natuurlijk de kern van waar het om draait bij die uitwisseling: in hoeverre vertrouw ik de ander en hoe maak ik duidelijk dat ik zelf te vertrouwen ben?

Ik kan me twee principieel verschillende soorten uitwisseling voorstellen: (1) op hetzelfde moment verschillende zaken ruilen en (2) hetzelfde uitruilen, maar dan op verschillende momenten: eerst heen en dan terug. Natuurlijk is er een scala aan combinaties en varianten denkbaar, maar dit zijn volgens mij de archetypische vormen. Bij beide vormen is er het vertrouwen nodig dat de ruil eerlijk plaats zal vinden. Het nieuwe inzicht was voor mij dat bij vrijwilligerswerk de tijd tussen gift en wedergift een rol kan spelen. Dat maakt vertrouwen nog belangrijker. Dit is waarom:

De eerste variant kennen we goed: het is (ruil)handel. Het vertrouwen daar is gebaseerd op het idee dat je gelijk oversteekt - je kunt zien wat je krijgt - en dat er flankerende systemen zijn opgezet die eerlijkheid in meer of mindere mate afdwingen: handelsrecht, contracten, handhaving van wetten, Kamers van Koophandel etc. Maar zonder vertrouwen draait dit systeem - zelfs met alle flankerende systemen - niet.

In de tweede variant is er ook sprake van wederkerigheid, maar nu is het risico anders verdeeld. Je moet als gever maar afwachten of je later iets van voldoende waarde terug krijgt. En dat is nou juist wat er speelt bij vrijwilligerswerk. Je geeft iets, je investeert, in de hoop - in principe - dat er later iets voor terug komt. Ik wil jou rug wel krabben, als jij later die van mij maar doet! Dit systeem stelt hogere eisen aan het vertrouwen van degene die investeert en hogere eisen aan de betrouwbaarheid van degene die in eerste instantie ontvangt. Vrijwilligerswerk heeft daarmee elementen die ook werkzaam zijn bij kredietverstrekking, en dat is geen veld dat zonder vertrouwen kan, gezien de recente geschiedenis. In tegenstelling tot bij handel kennen we bij vrijwilligerswerk vooralsnog geen specifiek flankerende systemen. Wat garandeert een vrijwilliger - of een filantroop - dat er ooit rendement komt op de investering?

Of het nou zo verstandig is om naar kredietverlening te kijken als inspiratie voor flankerende systemen voor vrijwilligerswerk betwijfel ik...

Matt Ridley: the origins of virtue, Penguin 1997, ISBN: 978-0-14-024404-5
Matt Ridley: the rational optimist, Fourth Estate 2010, ISBN: 978-0-00-726711-8
Matt Ridley op TED: http://www.ted.com/talks/matt_ridley_when_ideas_have_sex.html

dinsdag 15 juni 2010

System Dynamics

System Dynamics (systeemdynamica, SD) is de naam van een technische aanpak van een specifiek soort problemen. De aanpak draait om het leren begrijpen van systemen die over langere tijdspaden lopen en waarin terugkoppeling een rol speelt. Zowel lange tijdspaden als terugkoppelingen behoren niet tot de sterktes van het menselijk denken: daar was op de savanne geen behoefte aan. Snelle conclusies op basis van vuistregels en een groot leervermogen waren daar belangrijker.

De wereld staat voor complexe problemen
De problemen waar we vandaag voor staan maken juist het kijken naar langetermijnontwikkelingen en het doorzien van terugkoppeling erg belangrijk. Een eerste tot de verbeelding sprekende toepassing vond SD in de onderzoeken van de Club van Rome, die in 1972 met het boek "Grenzen aan de groei" aandacht vroeg voor de onderlinge wisselwerking tussen consumptie, bevolkingsgroei, natuurlijke hulpbronnen en vervuiling. Twee decennia later, in 1992, verscheen het vervolg "De grenzen voorbij", waarin ook weer een hoofdrol was weggelegd voor een computersimulatie gebaseerd op SD. Ook op de klimaattop in Kopenhagen was het voor de onderhandelaars mogelijk om diverse scenarios door te rekenen met een SD-simulatie.

Ook het bedrijfsleven
Niet alleen op klimaatgebied doet SD van zich spreken. Managementguru Peter Senge breekt in "De vijfde discipline" een lans voor systeemdenken als de integrerende vijfde discipline voor de lerende organisatie. Overigens geen wonder, want hij werd deels opgeleid aan het MIT, waar ook Forrester, de grondlegger van SD, actief was.

Verschillende smaken
Strict genomen is SD hard en precies wat modelleren betreft. Een standaardwerk voor SD is bijvoorbeeld "Business Dynamics" van John D. Sterman. Er is ook een wat lossere variant (er zijn er overigens nog veel meer) die systeemdenken wordt genoemd.  Een voorbeeld hiervan is "Systeemdenken" van Bill Bryan. Dit is een wat kwalitatiever manier van omgaan met systemen, zonder de nadruk op de simulaties. Een aanrader is het boek van Donella Meadows zelf, afgemaakt door Diana Wright, "Thinking in systems", dat eigenlijk verplichte literatuur zou moeten zijn voor iedereen die nadenkt over zijn omgeving.

Onderliggende wiskunde
SD rekent systemen door met differentiaal- of differentievergelijkingen. De wereld wordt beschouwd als bestaande uit "stocks" (voorraden) en "flows" (stromen), waarbij de flows wiskundig worden gemodelleerd en de stocks worden bepaald door de flows. Terugkoppeling van stocks op flows en andere handigheidjes maken het mogelijk complexe problemen met terugkoppelingen in de loop van de tijd te simuleren.

Snappen, niet voorspellen
De kracht van SD ligt niet zozeer in het waarheidsgetrouw nabootsen van de werkelijkheid. De kracht ligt vooral in het moeten kwantificeren van de factoren die een rol spelen. Dat dwingt tot precisie en helderheid en leidt tot inzicht. Een uitstekende manier om het bijvoorbeeld in een team eens te worden over wat die werkelijkheid nu eigenlijk is. In Nederland is er een groep aan de Radboud Universiteit die het gebruik van SD in groepsprocessen bestudeert, onder leiding van prof. dr. J.A.M. Vennix.

Rekenwerk wordt gedaan
Een populaire softwaretool voor systeemdynamica is de Stella (of iThink) software. In een grafische interface wordt het eenvoudig mogelijk gemaakt modellen op te stellen. Een aantal van de blogposts over vrijwilligerswerk die hier zullen verschijnen is met Stella gemaakt.

Literatuur
Donella H. Meadows et al., "Grenzen aan de groei", Het Spectrum 1972 (oorspronkelijk: The limits to growth, Universe Books, New York, 1972).
Donella H. Meadows et al., "De Grenzen voorbij", Het Spectrum, 1992 (oorspronkelijk: Beyond the limits. Confronting global collapse; Envisioning a sustainable future, Earthscan Publications, London,1991).
Peter M. Senge, "De vijfde discipline", Scriptum Management, 1992 (oorspronkelijk: The fifth discipline; the art and practice of the learning organization, 1990)
John D. Sterman, ""Business Dynamics, system thinking and modeling for a complex world, Irwin McGraw-Hill, New York, 2000.
Bill Bryan, Michael Goodman, Jaap Schaveling, "Systeemdenken", Academic Service (Sdu), Den Haag, 2006
Donella H. Meadows, "Thinking in systems, a primer", Chelsea Green Publishing, USA, 2008